Het nachtcafe aan het eind van de straat

Die blonde madam met haar nepjuwelen

De kale portier in zijn Armani-pak

Het kamerlid Jan van het moet allemaal anders

Want hoe kom ik anders op de stoel van de macht

De kip die kakelt met haar jolige borsten

Het boek is niks maar de marketing goed

De man met zijn cursus ‘Geluk Voor Beginners’

En ik die nog steeds niet weet hoe het moet

 

Herinnerd of vergeten, verheerlijkt of versmaad

Straks komen we elkaar allemaal tegen

In het nachtcafé aan het eind van de straat

 

De verwilderde vrouw van de baggerkoning

De pretstudent met pijn in zijn kop

Zuster Maria die bidt voor de junkies

En opa met zijn nieuwe vriendin achterop

De broer die zoekt naar de neef van zijn vader

De moeder die haar dochter verkoopt

Zij die nog hopen en zij die al weten

En ik die hier zomaar wat loopt

 

Herinnerd of vergeten, verheerlijkt of versmaad

Straks komen we elkaar allemaal tegen

In het nachtcafé aan het eind van de straat

 

De deur gaat langzaam open, Petrus zegt geen nee

Je moet de lange gang door lopen,die spelonk is het café

Daar wordt niet over de toekomst gesproken

Daar kakt windbuil zijn grappen niet meer

Daar valt het masker gescheurd in de wodka

Daar wordt niet gejankt om weleer

Daar wordt Riet op de tafel gehesen

Met haar lied dat knarst als een roestige tang

‘Het is een vuile troep hier het leven

maar verdomme ja, ik hou er zo van

ja, ik hou er zo van’