Algemeen Dagblad, 7 november 2006

Mark Roos:
Poëzie van de zelfkant
Hadeskade door Alex Roeka
Gezien: De Kleine Komedie Amsterdam (première)

Het is niet bepaald een brok charisma op het podium, zijn gitaarspel is verre van virtuoos en ook zijn zangstem…..is niet geweldig. Toch gebeurt er altijd wat als Alex Roeka op het podium staat.

Noem hem een singer-songwriter, chansonnier, troubadour, bard of een verre erfgenaam van Ramses Shaffy en Jacques Brel. Alex Roeka vertelt korte verhaaltjes in veelal compacte liedjes. Zijn driekoppige begeleidingsband - contrabas, accordeon, vleugel - excelleert in zwierende liedjes met vleugjes tango, wals en rock. Roeka zelf spuwt vuur, rochelt de ellende van zich af, laat de demonen in zijn hoofd de vrije loop, om iets later in vreugdevol gezang uit te barsten.

De liedjes van de Brabantse Amsterdammer worden bevolkt door nachtbrakers, barklevers, geboren verliezers en allerhande morsige types. De manier waarop Roeka zingt over verbroken relaties, het noodlot, de liefde en de zelfkant van het grotestadsleven grenst aan pure poëzie. Poëzie die raakt, soms rauw op je dak valt en je bij de strot grijpt. 'Leven is vergetelheid, en daarna ben je weg, ' zingt hij. En je gelooft hem op zijn woord.

Het is nog niet eens zo lang geleden dat Alex Roeka het moest doen met een handvol optredens per jaar. Nu is hij omarmd door het cabaret- en kleinkunstpubliek. En dat is terecht. Meer dan terecht.