|
We kunnen stevig gearmd en onophoudelijk kussend
Tegen de wind in door nachtelijke straten lopen
Op weg naar het volgende café,
In verre donkere hoeken, waar niemand ons kan vinden,
De uiterste woorden fluisteren.
En zachter fluisteren nog om ze meer gewicht te geven.
We kunnen de wispelturigheid van het gevoel bestrijden
Met beloftes van trouw,
De veranderlijkheid der dingen bezweren
Met onmogelijke liefdesverklaringen,
De wegvagende tijd misleiden met het voornemen
Elkaar altijd te blijven zien,
De gedachtestroom laten opgaan in roes en verdoving,
De naar zijn eind lopende nacht vertragen met strelingen
En diep zoekende kussen,
De eeuwigheid van het moment rekken door,
Zachtaardige wartaal mompelend,
Zo lang mogelijk op elkaar te blijven liggen.
Maar steeds moeten we ons vroeg of laat van elkaar losmaken
Om ieder weer een ander te zijn.
|